"Er was eens een heel lief baby'tje. Dat baby'tje had heel veel mooie truitjes. En dat baby'tje had ook een heleboel flesjes. Die waren zo mooi, dat je de zon er in kon zien glinsteren."
Hieke zit op de bank. Ze vertelt aan Pop Miep-die-maar-één-oog-heeft een verhaaltje. Ze heeft het verhaaltje zelf verzonnen en ze is er heel tevreden over.
Ze gaat verder: "Maar op een dag, o wat verschrikkelijk, kwam er een groot monster èn een hele vreselijke draak. En samen aten die het lieve baby'tje op.
Hap slik, weg was het baby'tje.
Nou, en toen had het baby'tje die hele mooie truitjes en de flesjes, die zo mooi waren dat je de zon er in kon zien glinsteren, niet meer nodig. Dus liep het toch nog goed af, want toen gaf ik dat allemaal aan jou," zegt Hieke tegen Pop Miep, en drukt haar stevig tegen zich aan.
Dan legt Hieke Pop Miep voorzichtig op de bank en loopt naar haar bed. Ze doet haar dekbed een stukje omhoog, en kruipt ondersteboven haar bed in. Warm is dat, met je hoofd onder een dekbed. Het is er heel stil en als je gaat zitten is het net een tent. Een tent met rose licht erin. En helemaal aan het eind van de tent, waar nooit iemand komt behalve de voeten van Hieke, daar liggen de flesjes. Keurig op een rijtje want Hieke is niet zomaar een moeder.
Ze pakt één van de flesjes en kruipt weer onder het dekbed vandaan.
"Zo," zegt ze tegen Pop Miep, "eerst krijg je een flesje en dan moet je boertjes laten."
Dat weet ze van de
buurvrouw net om de hoek. Die had ook een keer een baby'tje en die
moest de hele dag boertjes laten. Hieke neemt een stuk papier en
haar eigen schaartje waar verder niemand aan mag komen en knipt wel
duizend snippers. Nieuwe snippers, want oude heeft ze genoeg, maar
die kan je niet voor melk gebruiken.
Deze wel. Voorzichtig doet ze de duizend witte snippers in het
flesje.
"Zo kind," zegt ze, "deze snippers waren de melk." En zachtjes erachteraan: "Alsof dan hè, alsof".
Ze doet de speen erop en schudt met de fles. Zo doen moeders dat. Hieke weet gewoon alles over baby's.